Menu

Beeldbank Groningen

?
terug naar deelnemerslijst

Gemeente Leek

Leek is een gemeente met circa 19.000 inwoners. Het merendeel hiervan woont in de kern Leek/Tolbert.Leek vervult een regionale functie in het Groninger Westerkwartier. Gelegen aan de rijksweg A7, de verbindingsas tussen de randstad en Noord Duitsland, is Leek een prima uitvalsbasis voor bedrijven. De centrale ligging in Noord Nederland en de uitstekende bereikbaarheid hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de bovengemiddelde economische groei van Leek. Het Zuidelijk Westerkwartier Het Zuidelijk Westerkwartier van de provincie Groningen, waartoe naast de gemeente Leek ook de gemeenten Marum en Grootegast behoren, is van oorsprong een veengebied.Het veen ontstond 5 á 6000 jaar geleden op de laagste zandgronden. In het gebied liggen twee zandruggen, Langewold en Vredewold, die vanuit Friesland in de richting van de stad Groningen lopen. Tussen deze ruggen bevond zich - onder invloed van de zeearmen van de Noordzee - een rnoerasgebied, waardoor vroeger goede verbindingen vanuit dit gebied met de stad Groningen erg moeilijk waren.Het Zuidelijk Westerkwartier is nog steeds het minst Gronings van de Groningse gewesten. De Friese invloed is duidelijk merkbaar in het Westerkwartierse dialect.Het gebied moet vóór het jaar 1000 reeds bewoond zijn geweest. Friese en Drentse kolonisten vestigden zich op de zandrug Vredewold. De woeste grond werd ontgonnen voor en achter de boerderij. Door gebruik te maken van bomen als perceelscheiding, ontstond in dit gebied de zo kenmerkende opstrekkende percelering in een coulisselandschap. De eerste bewoningsas werd gevormd door het Holmer- en Malijkse pad. In de 16e eeuw werd de (zand)weg tussen Marum - Nuis - Niebert - Tolbert in gebruik genomen, de huidige provinciale weg die nu doorloopt via Midwolde, Lettelbert en Oostwold.Als er door deze bewoners veen afgegraven werd, gebeurde dat enkel en alleen voor eigen gebruik. De komst van de Groninger edelman Wigbold van Ewsum uit het Groningse Middelstum bracht daarin verandering. Hij vestigde zich in 1508 te Marum en rond 1521 in Tolbert, om in 1525 in Midwolde zijn Nieuwe oord, "Nienoord" te bouwen, van waaruit de verveningen grootschaliger werden aangepakt. In het Zuidelijk Westerkwartier was namelijk sprake vaneen Hoogveenmoeras, de zgn. Nienoorter en Smilder Venen. Voor een commerciële turfwinning was de grondstof, het veen aanwezig. Ook waren er afzetgebieden, o.a. de stad Groningen, bierbrouwerijen, steen- bakkerijen, enz. Wat nog nodig was, was een infrastructuur in de vorm van het Leekster Hoofddiep, de eerste veenkoloniale vaart in de provincie Groningen.Het laten graven van dit kanaal met de vele sluizen en bruggen, heeft de familie Van Ewsum heel veel geld gekost. Aanvankelijk waren de opbrengsten laag en ook door de Schansenoorlog rondom de stad Groningen (1580-1594) ging Nienoord failliet. Pas in de 17e eeuw werd er winst gemaakt. De latere bewoners van Nienoord (door aanhuwelijking), het Oostfriesche geslacht Von lnn und Kniphausen, leefden rijk en zouden tot het einde van de 18e eeuw in het gebied oppermachtig blijven. LEEK Na de stichting van Nienoord (1525) begonnen de verveningen met het graven van het kanaal het Leekster Hoofddiep. Hoogteverschillen maakten deaanwezigheid van sluizen nodig. Rond sluizen zijn op meerdere locaties in ons land plaatsen ontstaan. Zo ook bij de sluis in "De Leke". Hier werd tevens een verdedigingsschans aangelegd. Deze schans is nog heel lang in het dorpsbeeld zichtbaar geweest. Nu staat winkelcentrum De Liekeblom op het voormalige schansterrein.Leek werd in 1660 kerkdorp, door een schenking van de Vrouwe van Nienoord.Het dorp groeide, mede door bedrijven die met scheepvaart te maken hadden. Schepen kwamen niet leeg terug; turfvaart ging over in handelsvaart. Het Leekster schippersgilde getuigt nog van dit roemrijke verleden. Leek was zelfs thuishaven van Oostzeevaarders, De straatnaam Schreiershoek was de plaats waar afscheid voor langere tijd van dierbaren word genomen. Er kwamen scheepswerven, een leerlooierij en een aantal molens.Aan het einde van de 17e eeuw, begin 18e eeuw vestigden zich in Leek Joodse handelslieden. Hoewel nooit zo groot in aantal, wellicht tussen de 60 en 100, gaven zij Leek een imago van levendigheid. Aan het Leekster Hoofddiep, vlakbij de Tolbertervaart ligt de Joodse Begraafplaats, opgericht in 1793. Een Joodse begraafplaats moest in die tijd, volgens Joodse regels, 1500 meter buiten de bebouwde kom van het dorp liggen. De kanalen als doorgaande route De kanalen, gegraven ten behoeve van de verveningen, werden belangrijk als vaarweg vanuit het Zuidelijk Westerkwartier, via het Leekstermeer naar de stad Groningen. Te voet naar Leek, van daaruit per trekschuit, later per stoomboot naar de stad, was eveneens een gebruikelijke reisroute.Al voor de Tweede Wereldoorlog bleek dat het vervoer over land het vervoer over water ging verdrijven. in 1913 bracht de stoomtram Drachten - Groningen daarin al verandering. Tot 1948 werden op de lijn passagiers vervoerd, tot 1 juli 1985 goederen. De lijn is daarna opgebroken.De bij de verveningen vrijgekomen landbouwgrond werd verkocht aan de veenarbeiders, die er een klein boerenbedrijf stichtten. Na de Tweede Wereldoorlog konden deze boeren van hun bedrijfjes (veelal 1-5 ha.) niet meer rondkomen. Het zijn nu veelal woonboerderijtjes geworden. Er ontstond behoefte aan nieuwe werkgelegenheid. In 1959 werd Leek aangewezen als industriekern. ENUMATIL Enumatil ligt in een gebied dat vroeger (1200 - 1400) veel last moet hebben gehad van overstromingen. De monniken van Aduard hebben in dit gebied veel aan waterbeheersing gedaan. De eerste brug van Enumatil is rond 1445 geslagen. In 1582 legden de Spanjaarden rond Enumatil een verdedigingsschans aan ter bescherming van de vaarroute van en naar de Spaansgezinde stad Groningen. In 1744 telde Enumatil slechts veertien huizen.Ruim tachtig jaar later zag het dorp er heel wat florissanter uit. Dit blijkt uit het rapport dat het hoofd van de openbare lagere school in 1828 moest maken. Er waren twee kasteleins, twee winkeliers, een bakker, een schoenmaker en een timmerman, ook waren er twee molens en de brug over het Hoendiep was een zogenoemde klapbrug.De weg Groningen - Enumatil - Marum werd in 1859 door de provincie Groningen verbeterd. De nieuwe grindweg was voor de postkoets "ideaal". Het Hoendiep was de belangrijkste vaarweg tussen Groningen en Friesland en op deze kruising van weg en water floreerde het dorpsleven. Eén molen is gerestaureerd en daardoor behouden gebleven. MIDWOLDE Midwolde is één van de oudste dorpen van Vredewold. Haar kerk dateert uit de 1219 eeuw. Hier was het waar Wigbold van Ewsum zich vestigde om de verveningen van het gebied aan te pakken. Omdat Leek nog niet bestond in die tijd werd er dan ook nog gesproken van "Nienoord te Midwolde" in plaats van "Nienoord te Leek".De Van Ewsums en de latere heren van Nienoord hebben altijd de Midwolder kerk als de kerk van Nienoord beschouwd. De kerk van Midwolde is beroemd geworden door het praalgraf van Anna van Ewsum, gebeeldhouwd door Rombout Verhulst. Het praalgraf is in opdracht van Anna van Ewsum gemaakt nadat haar eerste echtgenoot, Carel Hieronymus von lnn und Kniphausen, was overleden. Toen Georg Wilhelrn von Inn und Kniphausen, haar tweede echtgenoot, overleed, liet ze een staand beeld van hem bij het eerste beeld plaatsen. Dit is vervaardigd door Bartholomeus Eggers.Midwolde is een rustig, agrarisch streekdorp, dat haar eigen karakter goed bewaart.

LETTELBERT Evenzo zal het Lettelbert zijn vergaan. Van dit dorp vertelt de naam reeds dat het nimmer groot is geweest. De naam betekent immers Lutje- of kleine buurt. De uitgang "bert" (buurt) moet uit het Fries afkomstig zijn (Tjallebert, Luinjebert) en komt ook voor in de namen Tolbert en Niebert.Het kerkje van Lettelbert is vermoedelijk in de 14e eeuw gebouwd. Kloostermoppen, die in het kerkgebouw verwerkt zijn, wijzen daarop. De kerk is in bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken. OOSTWOLD In het kader van visrechten van het Leekstermeer is in 1449 voor het eerst sprake van het kerspel Oostwold. Het dorp Oostwold bestond al in 1514, want blijkens geschiedkundige gegevens werden kerk en dorp toen geteisterd door oorlogsgeweld. Rond 1635 was De Gave een belangrijke vaarweg tussen Groningen en Leeuwarden.In 1828 - het jaar waarin alle hoofdonderwijzers een rapport over hun dorp moesten schrijven - was er ten aanzien van Oostwold slechts sprake van een kerk, een pastorie en een winkel. In 1846 bestond Oostwold uit twaalf woningen en zestig inwoners.De weg Midwolde - de Poffert werd pas in 1861 aangelegd, waardoor Oostwold uit haar isolement werd verlost. Het kwam te liggen aan de belangrijke wegverbinding Groningen- Heerenveen. Deze weg moest tot de komst van de A7, aangelegd in 1959-1960, alle verkeer verwerken.Oostwold is eigenlijk geen agrarisch dorp geweest. De komst van de strokartonfabriek Erica 11 (aanvankelijk aardappelmeelfabriek) in 1914 gaf het dorp een ander karakter dan de overige dorpen in dit gebied.Oostwold heeft een hechte dorpsgemeenschap. Het dorpshuis, het sportpark en de openbare school zijn van recente datum. TOLBERT De naam Tolbert komt voor het eerst in de 15e eeuwse archivalia voor.In het Munsterse dekenaatregister wordt het Antiqua Berth genoemd. Omstreeks het jaar 1000 staat de naam Fredewalda opgetekend in het goederenregister van de abdij Werden-aan-de-Ruhr in Duitsland en moet het dorp deel hebben uitgemaakt van een Friese nederzetting. De Friezen koloniseerden namelijk in die tijd ook in Drenthe en NW-Overijssel. In de 16e eeuw werd in Vredewold nog Fries gesproken.De vermelding van Fredewalde (Vredewold) kan betekenen, dat er in Vredewold nog geen dorpen waren of dat het ene dorp Vredewold heette. Dit ene dorp moet het tegenwoordige Tolbert zijn, dat zich omstreeks 1000 heeft uitgestrekt van Nuis tot de Midwolder grens en waarvan de kerk waarschijnlijk stond waar thans de Tolberter kerk staat. Dit kan worden afgeleid uit de namen Tolbert (oude buurt) en Niebert (nieuwe buurt). Deze kerk dateert uit de 12e eeuw.Tolbert is lange tijd een agrarisch dorp geweest. Ondanks industrialisatie en het aaneengroeien van Leek en Tolbert, is het eigen karakter van dit oude dorp behouden gebleven. In de Hoofdstraat, met een aantal gezellige winkels, warme bakker, ambachtelijke slager en andere bedrijven, is die eigen sfeer, mede dankzij dorpsvernieuwing, nog steeds aanwezig. ZEVENHUIZEN De naam Zevenhuizen doet niet direct denken aan een groot dorp, maar inmiddels is het aantal huizen groter dan de zeven die in de naam voorkomen.Zevenhuizen is een jong dorp. Eeuwen was van een dorp geen sprake, slechts van een woest hoogveengebied. Dit veen werd aanvankelijk in het verlengde van de landerijen van Vredewold (met Tolbert als hoofdplaats) door de boeren op kleine schaal afgegraven en ontgonnen.Na de vestiging van de Van Ewsurns op Nienoord werd de vervening grootschalig aangepakt. Aan de talrijke kanalen (wijken) van Zevenhuizen is het patroon van een veenkolonie duidelijk te herkennen. Langs deze kanalen hebben de zandwegen gelegen, die inmiddels zijn geasfalteerd.Een grote veenbrand, als gevolg van boekweitbranden op 11 juni 1833, verwoestte een belangrijk deel van het veen tussen De Wilp en Leek en daarmee grotendeels ook Zevenhuizen. Het oorspronkelijke dorp Zevenhuizen lag richting Oude Streek. Na de brand is het huidige dorp rond de afslag Everstwijk weer opgebouwd. De door de brand werkloos geworden veenarbeiders konden aan de slag bij de aanleg van het zogenoemde Commissiebos, toen 47 ha. groot, maar later weer gerooid om plaats te maken voor cultuurgrond. De geschiedenis van het Commissiebos is in de straatnaam bewaard gebleven. Bij de brand kwamen vier personen om, gingen ruim 60 huizen in vlammen op en werd 1.167.000 ton turf vernietigd.Zevenhuizen werd in 1835 kerkdorp; de (Hervormde) kerk werd in dat jaar opgebouwd, de torenspits werd er drie jaar later opgezet en de klok overgenomen van de Friese gemeente Oudeschoot.Rond 1850 stonden er in Zevenhuizen reeds 430 huizen en waren er 2600 inwoners. In 1893 werd - naar men toen zei - Zevenhuizen uit haar isolement verlost, door de aanleg van de verharde weg Leek - Zevenhuizen. BOERAKKER Sinds de laatste grenswijziging op 1 januari 1 990 is het grootste gedeelte van het dorp Boerakker overgegaan naar de gemeente Marum. Er liggen nu nog 11 woningen in de gemeente Leek.

Adresgegevens

Adres Tolberterstraat 66
PC/Plaats 9351BJ Leek
Contact Mevr. P. Ransijn
Functie DIV medewerker
Contact 2 Mevr. B. Glas
Functie DIV medewerker
Telefoon 0594 55 15 15
Neem contact op
Bekijk de beelden van:

Gemeente Leek